Twee weken geleden stonden in veel landen de nationale kampioenschappen op het programma. Waar het in België alleen om de elites ging, was in veel andere landen ook de jeugd aan de beurt. In Slovakije kon een van onze renners de titel pakken bij de U19. Een analyse:
Een eerste belangrijke bemerking is dat de titelstrijd in Slovakije samen met deze uit Tsjechië wordt georganiseerd. Dit betekent dat er 2 truien in 1 wedstrijd te verdienen zijn wat vaak tot vreemde wedstrijdsituaties leidt. Je moet immers als renner met een deel van de renners geen rekening houden. Daarentegen kunnen deze renners wel mee het wedstrijdverloop (pacing, aanvallen) gaan bepalen. Het Tsjechoslovaaks kampioenschap werd georganiseerd op een omloop van 26km met telkens een klim van 6.5km aan 6.5% gemiddeld. Alles bij elkaar goed voor een wedstrijd van 103km met 1800m hoogteverschil. De klim zelf had halverwege 2 steilere kilometers aan 9.1%.

Als we naar Milan zijn globale data kijken, dan zien we dat hij een gemiddeld vermogen van 271W haalt en een genormaliseerd vermogen van 320W over een periode van 2u40. 320W over die periode is al een zeer stevige inspanning. Maar hoe is deze verdeeld en hoe heeft hij de titel naar zich toe kunnen trekken?
In de tabel hieronder zie je de duur van elke klim met het respectievelijk gemiddeld en genormaliseerd vermogen:
| klim | duur | AVP | NP |
| Ronde 1 | 18’13” | 341W | 348W |
| Ronde 2 | 17’35” | 356W | 371W |
| Ronde 3 | 17’59” | 351W | 371W |
| Ronde 4 | 19’03 | 335W | 374W |
Hetgeen opvalt is dat ondanks dat het gemiddeld vermogen op de laatste klim het laagst ligt, het genormaliseerd vermogen hoger is. Dit geeft aan dat er daar harde versnellingen waren afgewisseld met tragere momenten. Dit komt overeen met het wedstrijdverhaal.
Om de verdere analyse te doen gebruiken we de FRC curve. FRC staat voor functionele reserve capaciteit. Deze geeft weer hoeveel anaerobe energie de renner gebruikt. Je kan het vergelijken met het W’ model. Zolang je onder critical power rijdt (bij deze renner 340W) kan je je anaerobe batterij intact houden. Rij je boven deze drempel, dan lever je de energie die je nodig hebt boven CP op een anaerobe manier. Je hebt als atleet maar een beperkte hoeveelheid anaerobe energie ter beschikking. In het geval van Milan is dit 21.7KJ.
De eerste ronde werd er een hard maar constant tempo gereden bergop. Dit is een steady state inspanning en is dus “vlot” vol te houden voor de renners. Dit zien we ook aan de FRC lijn. Deze blijft op de eerste klim stabiel. Op de 2de beklimming werd er door enkele renners op het steilste stuk stevig doorgetrokken. Dit gaf een inspanning van 3’15 aan 415W. Hierbij graaft Milan in zijn anaerobe reserve, we zien de FRC lijn dalen. In de afdaling zien we echter dat hij goed kan herstellen. De finale barst los op de laatste 2 beklimmingen. Op het steilste stuk van de derde beklimming rijdt Milan zijn sterkste 5’ van de wedstrijd: 414W gemiddeld of 437W genormaliseerd. Hierdoor blijven ze nog met 2 Slovaken over. Hij begint die inspanning met een piek 2’ van 476W. Ook hier zien we zijn FRC weg zakken.

Op de laatste beklimming probeert Milan zijn rivaal af te schudden door enkele sterke aanvallen te plaatsen. De eerste 2 zijn telkens 1 minuut aan 500W. Bij de laatste aanval schudt hij nog 20” aan 760W uit zijn benen en kan hij een gaatje slaan. Onmiddellijk daarop volgend rijdt hij nog 40” aan 450W en het plateau op de top kan hij aan 350W blijven trappen. In de afdaling kan zijn rivaal echter terug komen. Op het einde komt het tot een lange sprint waarbij Milan met nog 30” aan 710W zijn rivaal klein krijgt. Hij wint met 2” voorsprong op zijn tegenstander. Als we naar de FRC grafiek kijken op de laatste beklimming, zien we dat Milan “theoretisch” nog verder zou moeten kunnen gaan. Zijn FRC is boven op de klim immers nog niet opgebruikt. Hij daalt telkens wat bij zijn aanvallen, stijgt dat terug in de “herstelmomenten”. Maar na zijn laatste aanval zien we dat hij niet meer in staat is om de FRC helemaal verder te doen zakken. Dit heeft te maken met vermoeidheid en leert ons iets rond het gebruik van deze grafiek. (1) Het model neemt immers de piekwaardes als referentie en kijkt niet of het in frisheid of vermoeidheid is gepresteerd. Terwijl we weten dat vermoeidheid een effect heeft op de grootte en het herstel van de anaerobe batterij.
Samengevat blijft het wel een sterke race van Milan die hem naar een verdiende Slovaakse titel heeft geloodst. Een knappe prestatie als eerstejaars U19 renner.
Referentie:
- Welburn, Baily, Ferguson, the effect and rate of W’ utilisation and acute fatigue on W’ reconstitution

